’t Hijgend hert der jacht ontkomen…

Deze prachtige woorden uit de berijming van de psalmen uit 1773 spreekt tot de verbeelding. De schrijvers gebruikte dit om hun boodschap te versterken en beleving toe te voegen. 

Roepend (burlend) hert

1’ t Hijgend hert der jacht ontkomen 

Van de frisse waterstromen,  

Schreeuwt niet sterker naar ’t genot  

Dan mijn ziel verlangt naar God 

Ja, mijn ziel dorst naar den Heer 

God des levens, ach wanneer 

Zal ik naadren voor uw ogen 

In Uw huis Uw Naam verhogen? 

3 O mijn ziel wat buigt gij u neder 

Waartoe zijt gij in mij ontrust 

Voedt het oud vertrouwen weder 

Zoek in ’s Hoogten lof uw lust 

Want Gods Goedheid zal uw druk 

Eens verwisselen in geluk 

Hoop op God, sla het oog naar boven 

Want ik zal zijn naam nog loven 

5 Maar de Heer zal uitkomst geven 

Hij die daags zijn gunst gebied 

’k zal in dit vertrouwen leven 

 En dat melden in mijn lied 

‘k zal mijn lof zelfs in de nacht 

Zingen daar ik hem verwacht 

En mijn hart wat mij moogt treffen 

Tot den God mijns levens heffen. 

Hijgend hert der jacht ontkomen: 

Deze prachtige woorden uit de berijming van de psalmen uit 1773 spreekt tot de verbeelding. De schrijvers gebruikte dit om hun boodschap te versterken en beleving toe te voegen. 

Ik zie dan een grote Engels jachtgezelschap op paarden voor mij, zoals koningen en mensen van adel dit konden organiseren. Met een horde honden en drijvers achter een groot hert aan. Hoe groter het hert, zijn gewei, hoe eervoller de jacht en de vangst. 

Het hijgend hert was zeer ervaren en had veel wijsheid. Al vele jaren lukt het hem om de honden te ontlopen en zijn sporen uit te wissen. Hij is voorzichtig en verblijft vooral in de moeilijk te doordringen bossen in het berggebied. 

Daar kon hij zich goed verbergen en zijn achtervolgers kwijtraken als ze zijn spoor al te pakken konden krijgen. Hij wist dat er een grote prijs op zijn gewei stond. Zo’n groot gewei was er in jaren niet te vinden geweest in deze streek. De edelman die hem te pakken zou krijgen zou veel lof oogsten en hoog in aanzien komen te staan. Zijn hoofd met zijn gewei zou eeuwenlang prijken in een groot zaal met andere trofeeën. 

Vandaag was het anders. Door de droogte had hij zich verder op de vlakte moeten begeven. Hij kende het risico van dit gevaarlijkere terrein. Hij was verrast geweest dat ze vandaag de jacht hadden geopend. Van drie kanten hoorde hij een horde honden komen. Hij wist dat ze hem gezien moesten hebben en een poging deden om hem in te sluiten. Als dat lukt was zijn lot bezegeld. 

Er was een kans en dat was door de kloof naar beneden en door het donker dal kon vluchten naar de bergen. Hij rende zo snel hij kon, want het was een dubbeltje op zijn kant. Hij hoopte dat daar geen mensen met honden naar toe gestuurd waren om hem daar te keren. 

Hij wist dat hij de beek kon benutten om de honden kwijt te raken, dit was hem al meer gelukt. Hij liep razendsnel de beek door, waar mu maar weinig water door stroomde. Hij had dorst maar durfde geen tijd te nemen om een slok te drinken.  Na de beek een tijdje gevolgd te hebben door het water sloeg hij af naar de bergkloof.  

Hopelijk waren de honden het spoor bijster geraakt en werd hij niet gezien. Aan het einde van de kloof stak hij schuin over, de schuinte van de bergflank benuttend om uit het zich te blijven als er toch iemand naar de kloof gestuurd was. Veilig en wel kwam hij daar aan. Hij bleef nog uren lopen om zover mogelijk weg te komen uit het gebied waar op hem gejaagd werd. Uiteindelijk werd het stiller achter hem.  

Hij hoorde te hoorn schallen. Hij wist dat dit een teken was dat het voorbij was. Maar hij nam geen risico. Urenlang bleef hij waar hij was, verstopt in de bergen. Hij had dorst, en dacht aan de beek waar hij geen tijd had om te drinken. Zijn tong hing als droog leer in zijn bek en het was warm. Maar hij wist dat hij moest wachten tot het donker werd, eerder kon hij niet tevoorschijn komen, hoe erg zijn dorst ook werd. Oh, wat had hij een dorst en wat verlangt hij naar een slok water. 

Profetische gelaagdheid 

Psalmen hebben een gelaagdheid. Zowel in de tijd als betekenis. Beelden uit psalmen zijn daardoor profetisch omdat ze in verschillende tijden een verschillende betekenis en boodschap kunnen hebben voor het leven.  

Psalm 42 geeft een beeld van een hijgend hert. Deze beeldspraak gebruikt de schrijver om zijn verlangen naar Gods en Zijn merkbare aanwezigheid in een grote bijeenkomst te verwoorden (verbeelden), Op het moment van schrijven wordt dat door vijanden onmogelijk gemaakt. 

Het hijgend hert kan ook symbool staan voor het verlangen van de gemeente om God te ontmoeten. Anno 2020 maakt COVID-19 het onmogelijk om elkaar in een grote gemeenschap te ontmoeten. 

Ook kan de dorst van het hijgend hert staan voor het verlangen naar de terugkomst van Jezus. We weten niet hoelang dit nog op zich laat wachten, maar de tekenen van deze tijd wijzen erop dat het wel eens sneller kan gaan dan we verwachten. 

En als laatste kan de beeldspraak van het verlangen naar water ook staan voor het verlangen van de wachtende Vader, van Jezus die tot het einde gaat en zijn leven geeft, van de Heilige Geest die verlangt om vereniging tussen God en mensen, tussen Jezus en de Bruid tot stand te brengen. 

Kortom, de hemel op aarde te brengen en de aarde in de hemel. 

Anno 2020 

In deze tijd maken we iets mee wat nog nooit eerder is gebeurd.  

De hele wereld is in de ban van COVID-19 en bindt er de strijd mee aan. 

Nooit was deze eensgezindheid eerder te bespeuren of op te merken. 

COVID-19 brengt afstand tussen mensen en maakt mensen bang om te dicht bij elkaar in de buurt te komen, uit angst om besmet te worden. 

Hierdoor staan gemeenschappen onder druk. Kerken kunnen niet meer in vrijheid bij elkaar komen en er mag niet voluit met elkaar gezongen worden vanwege besmettingsgevaar. 

Het risico bestaat dat gemeenschappen hun leden uit het oog verliezen of dat de relatie bekoeld of verwaterd. 

Jezus vraagt zich af of hij nog geloof zal vinden aan het eind van de tijd als hij terugkomt.1 Als we ons een langdurige lock-down voorstellen werpt dat ineens een nieuw licht op deze oude woorden. 

Dit geldt ook voor de woorden van Jezus die gezegd heeft dat er een nacht komt waar we niet kunnen werken.2 

Kleine gemeenschappen. 

De psalmdichter klaagt dat hij niet met de anderen broeders en zusters naar een gemeenschappelijke viering kan gaan. Hij verlangt naar de tijd dat dit weer mogelijk is. 

In het oude Israël kwamen ze drie keer in een jaar als volk bij elkaar. Op de drie grote feesten.  Tussendoor vierden ze de Sabbat in eigen gezin of familie. Of met enkele families bij elkaar.  

Toen zij in 70 na Christus vervolgd werden uit Israël en Jeruzalem verwoest werd, hebben ze de Sabbat steeds in kleine gemeenschappen gevierd en dit 2000 jaar volgehouden! 

Zij hopen nog steeds op God en spreken elkaar bemoedigend toe: Volgend jaar in Jeruzalem! 

Zit hier een les voor ons in? Kleine gemeenschappen waarin we samenleven met elkaar en met God? 

Verlangen van God 

God de Vader verlangt ernaar om met zijn kinderen samen te leven. Jezus is de Messias en verlangt ernaar om hen te bevrijden. De Heilige Geest verlangt ernaar om het volk van Israël  te herstellen en te verbinden met alle broers en zussen uit de hele wereld. 

Het kan zomaar zijn dat dit niet lang meer duurt voor het werkelijkheid wordt. 

Jouw, mijn en ons verlangen? 

Mozes verlangde naar de aanwezigheid van God en sprak met hem zoals je met een vriend spreekt. 

David verlangde naar de aanwezigheid van God en zocht naar ontmoetingen met Hem in de tent van de samenkomst.3 

Mozes wilde het volk meenemen naar de berg Horeb4 zodat het de Heer kon ontmoeten, maar het volk bleef op afstand5. Zij verlangde wel naar een land wat vloeit van melk en honing, maar niet zozeer naar de aanwezigheid van God. Het verlangen naar de gift lijkt groter dan het verlangen naar de Gever. 

Dit doet mij stil staan bij mijn eigen verlangens. Verlang ik naar de aanwezigheid van de Heer? Of naar wat Hij mij kan en ook wil geven? Ik wens dat het een oprecht verlangen naar de Heer is. 

En wij als gelovigen, verlangen we naar elkaar omdat we de Heer in elkaar zien? Omdat we alleen met elkaar in staat zijn om de hoogte, de breedte, de lengte en de diepte van zijn liefde te leren kennen?6 

Van harte hoop ik dat we in staat zullen zijn om elkaar vast te houden in kleine gemeenschappen en dat we met elkaar in staat zullen zijn om God vast te houden. 

En laten we bemoedigd worden door de woorden van God, die zegt dat Hij ons vast weet te houden 

Maar de Heer zal uitkomst geven!

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.