Kiezen

 Kiezen

 

 Kiezen

Kiezen en doelgerichtheid.

Lucas 15:11-32

De jongste zoon in het verhaal had een richt zich op een doel. Zijn eigen weg bepalen, los van zijn Vader en familie.

Hij was gericht op zichzelf, en banjert over gevoelens, eer en etiquette heen. Hij heeft lak aan alles, als hij zijn doel maar haalt.

Zijn vader heeft ook een doel, dat heeft hij zijn hele leven al. Het doel is gericht om het hart zijn zoons te winnen. Hij heeft het goede voor ogen, en heeft zijn keuzes erop gericht om dat doel te bereiken. (12)

De zoon kiest voor een hele vervelende manier om zijn vader te vertellen dat hij niets meer voor hem te betekenen heeft en dat hij zijn eigen weg gaat kiezen. Hij verklaart zijn vader voor dood, door bij zijn leven de erfenis op te eisen.

De vader blijft kiezen om het hart van de zoon te bereiken en stemt erin toe, hij doet dit met het doel dat zijn zoon zelf zijn levensles mag leren die hij hem niet meer kan leren, op dit moment.(12)

De zoon wijst de vader voor de tweede keer af door zijn verkregen eigendom te verkopen. Zo ver gaat hij om zijn eigen doel te bereiken, dat hij figuurlijk over lijken gaat.

Hij kiest voor zichzelf, en heeft lak aan alle schade die hij achterlaat bij de anderen.(13)

Vraag;

Hoe ga jij met anderen om?

Waar en wanneer heb jij anderen gebruikt (of misbruikt) om je eigen doelen te bereiken?

Dan kiest hij ervoor om zijn afkomst te verloochent en het ouderlijke huis te verlaten, op weg naar zijn eigen doel, gericht op bevredigen van eigen genoegens.

Hij kiest ervoor om ver weg te gaan, wat je van ver haalt is lekker, zegt het spreekwoord.

Zijn doel is om te gaan leven, echt te gaan leven. Niet zoals zijn vader het hem heeft geleerd, maar leven zoals hij zich dat zelf voorstelt. In gedachte weet hij precies hoe dat er uit moet zien. Hij heeft al vaak aan deze tijd gedacht en zich er helemaal op gericht om zoveel mogelijk te gaan genieten.

Hij kiest ervoor om ruim met zijn geld om te springen, hij heeft toch genoeg. Hij baadt in de weelde en viert veel feestjes. Hij is zo op zijn doel gericht om zoveel te genieten en uit het leven te halen wat erin zit, dat hij niet op zijn uitgave let. Hij kiest ervoor om in het hier en nu te leven en zoveel mogelijk plezier te maken en leuke dingen te doen. (13)

Op een dag is zijn geld op.(14)

Tot overmaat van ramp komt ook het land waar hij op dat moment woont in een crisis terecht. Alles wordt er erg duur.

Zijn droom ligt aan diggelen, en hij kiest ervoor om te gaan werken, zoals hij ooit van zijn vader leerde.

Hij is nu alleen nog maar gericht om te overleven. Als hij vandaag maar genoeg heeft, om morgen te halen.’(16)

Hij vindt werk, maar ver onder zijn kunnen, Het is smerig werk, en het levert te weinig op om van te leven.

Vraag:

Schrijf de keuzes die je de afgelopen tijd (jaren) gemaakt hebt op;

Welke keuzes waren op jezelf gericht?

Welke op de ander en welke op beide?

Dan gaat hij nadenken over de keuzes die hij gemaakt heeft, hoe hij hier terecht heeft kunnen komen. Hij denkt weer aan zijn vader, hij denkt aan zijn keuze die hij maakte om hem te verlaten en zijn zich te richten op zijn eigen doelen. Hij kijkt met anderen ogen naar de vader, ziet nu het doel wat de vader voor ogen had.

Hij ziet zichzelf niet meer als zoon, maar schat zijn kansen in en denkt dat zijn vader hem wel zou willen aannemen als arbeider. Hij kent zijn vader en weet hoe goed hij met personeel omgaat. Dit lijkt hem nu heel aantrekkelijk. Hij richt zich op een nieuw doel. Het blijft zijn eigen doel.

 Bereid om te kiezen.

 

De zoon was kiest ervoor om zijn situatie te overdenken. Hij zit bij de puinhopen van zijn leven, en is bereid om zichzelf en zijn keuzes te bekijken(17).

Hij komt tot een verrassende conclusie; “Bij mijn vader had ik het beter dan ik het nu heb”

Het is geen goede keus van mij geweest om mijn eigen weg te kiezen.

Hij is bereid om een nieuwe keuze te maken; “Ik ga terug naar mijn vader” (18)

Hij is bereid om de consequente van deze keus te aanvaarden, en voegt daad bij het woord.

Hij staat op en gaat op weg terug.(20)

 Vraag;

Ben je bereid om eerlijk naar je keuzes te kijken en de situatie waar je nu is zit?

Ben je bereid om een nieuwe keus te maken?

Ben je bereid om de gevolgen van je keus te dragen?

Moet je nog zaken in orde gaan maken in je leven?

Hij kiest nog wel om in de rol van slaaf te blijven. Hij heeft zijn maatregelen al bedacht. Ik zal zeggen; ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” (19) Hij maakt het hiermee veilig voor zichzelf en hoopt dat hij zo meer kans heeft bij zijn vader.

Vraag;

Welke maatregelen heb jij in je leven genomen?

Hoe probeer jij de controle vast te houden?

Zijn vader had ook een keus gemaakt. Hij was bereid vanwege die keus om dagelijks op de uitkijk te staan. (20) Hij wist dan zijn zoon zou terugkeren. Hij wilde er dan ook zij om hem te verwelkomen.

Als hij hem ziet komen, dan is krijgt hij medelijden. Hij laat zijn waardigheid los, rent hem tegemoet en begroet hem hartstochtelijk. Dit was zeer ongebruikelijk in die tijd.

Hij valt hem om de hals. Dit is een crisismoment voor de zoon, hij staat nu voor de keus; is hij bereid om de intimiteit van de vader te ontvangen.

Vraag;

Mag een ander dichtbij jou komen?

Kies je voor nabijheid en intimiteit, of voor afstand en controle?

Kun je kiezen voor overgave, ben je bereid om je kwetsbaar op te stellen?

De zoon kan nog niet overweg met de nieuwe situatie en gaat zijn ingestudeerde maatregel uitvoeren, en begint te spreken: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” (21)

De vader merkt dat de zoon zich opstelt als een slaaf en is bereid om het te herstellen in zijn zoonschap. Hij wil hem laten ervaren dat hij geaccepteerd is en onvoorwaardelijk aanvaard wordt.(22)

Hij kiest ervoor om iedereen uit te nodigen om een groot feest te organiseren, (23)

De zoon zit vol schaamte en schuld.

De vader kiest ervoor om niet over de schuld te spreken, en de schade te betalen.

De vader is bereid om zijn zoon door de schaamte heen te helpen. Hij organiseert een feest en kiest ervoor om openlijk voor zijn zoon uit te komen. Hij nodigt alle belangrijke mensen in de buurt uit.(24)

Zijn zoon krijgt nieuwe kleren, schoenen en een ring, een teken van gezag, om zijn vinger.

Iedereen moet op deze manier een keus maken om blij te zijn met de vader en de zoon te accepteren. De vader laat duidelijk merken dat hij voor zijn zoon kiest, en is bereid om daar andere relaties voor op het spel te zetten.

Daar is niet iedereen blij mee, de oudste zoon is niet bereid om feest te vieren met zijn vader en broer.(26-28)

Door deze aanpak van de vader wordt de bevestigd in zijn zoonschap, hij heeft de keus om dit leven met de vader te aanvaarden of af te wijzen, zoals de oudste zoon in het verhaal in eerste instantie doet.

Jezus zelf heeft dit verhaal verteld om duidelijk te maken dat er en wachtende Vader is die kiest om te vergeven, te verzoenen en in ere te herstellen.

Vader God kan dit doen, omdat de Zoon Jezus de prijs voor de verzoening en betaalde met zijn eigen leven. Als je bereid bent om Jezus in je leven te aanvaarden, is er verzoening ook voor jou mogelijk. Er komt dan vrijspraak van schuld en eerherstel voor schaamte in jou leven.

Jezus zegt; ‘Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid’

Jezus koos ervoor om alleen te doen wat de Vader van hem vroeg

Fillipenzen 2:8

En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood–de dood aan het kruis.

Johannes 4:34

Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die mij gezonden heeft en Zijn werk voltooien’.

Johannes 6:38

Want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat Hij wil die mij gezonden heeft.

Vraag;

Voor welk leven kies je?

Jezus zegt van zichzelf dat Hij het Leven is.

Ben je bereid de keus te maken om je onvoorwaardelijk aan Hem over te geven?


 

11 Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. 25 De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30 Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”

Dit bericht is geplaatst in Herstel & Genezing met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *