In His Forgiveness- plaatsvervangend vergeving vragen PDF Print E-mail
Written by Kees Neven   

Plaatsvervangend vergeving vragen.

Er zit een grote kracht in het vergeving vragen voor de zonden die anderen begaan hebben. Met name als het familie of generatie betreft of een volk.  Het zet personen vrij om de belofte van God te ontvangen, belofte die door de onbeleden zonden niet ontvangen kunnen worden of geblokkeerd worden. Onbeleden zonden brengen de vloek in werking, als deze zonden plaatsvervangend beleden worden geeft dit ruimte om de vloek te breken en zegen te laten stromen. In de bijbel komen we voorbeelden tegen.

Nehemia  en Daniel vragen  om vergeving voor huin zonden, maar ook voor de zonden van zijn familie en generatie:

Nehemia 1:5

Ik bad: ‘Ach HEER, God van de hemel, machtige en ontzagwekkende God, u die uw beloften nakomt en trouw bent aan ieder die u liefheeft en doet wat u gebiedt, 6 luister aandachtig en zie hoe uw dienaar dag en nacht tot u bidt ten behoeve van uw dienaren, de Israëlieten. Ik belijd de zonden die wij, Israëlieten, tegenover u hebben begaan, ook ik en mijn familie7 Wij hebben u veel kwaad gedaan; wij hebben ons niet gehouden aan de geboden, voorschriften en rechtsregels die u aan Mozes, uw dienaar, hebt gegeven.

Daniel 9:4-5

Ik bad tot de HEER, mijn God, en beleed schuld: ‘Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie hem liefhebben en doen wat hij gebiedt; wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van uw geboden en regels afgeweken.

Door gebed van Daniel en Nehemia werd de vijandelijke koning Israël welgezind en mochten de muren weer opgebouwd worden.

Later bad Jezus aan het kruis voor zijn vijanden en bracht daarmee zijn opdracht om je vijanden lief te hebben in de praktijk.

Lucas 23:34

Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen

Omdat hij dit deed zette hij Israël en de hele mensheid vrij van de vloek zij op zich laadde door Jezus onschuldig te veroordelen en te kruisigen.

Een tijdje later zien we Stefanus hetzelfde doen. hij vraagt God om vergeving voor wat zijn beulen hem aandoen.

Handelingen 7:60

En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij. En Saulus stemde in met zijn terechtstelling.

Door deze daad zette hij Saulus vrij van de vloek op de onrechtvaardige dood, zodat Saulus tot bekering kon komen en ons het evangelie kon gaan brengen.

In  jouw boek

Voor wie heb jij plaatsvervangend vergeving gevraagd, zodat er iemand vrijgezet werd van de vloek van de zonde en er een mogelijkheid komt voor deze zondaar(s) om gered te worden?