De schat in de kruik PDF Print E-mail
Written by Kees Neven   

schat in de olie kruikDe schat in de kruik

 

 

 

2Koningen 4:1-7

Een van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zeide: Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht de HERE vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven voor zich weg te halen.

En Elisa vroeg haar: Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt. En zij antwoordde: Uw dienstmaagd heeft niets in huis behalve een kruikje olie.

Toen zeide hij: Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn.

Ga dan naar binnen, sluit de deur toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is, moet ge laten wegzetten.

Zij ging van hem weg, sloot de deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds de vaten bij haar en zij goot steeds door.

Toen de vaten vol waren, zeide zij tot haar zoon: Breng mij nog een vat. Maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. Toen hield de olie op te stromen.

Zij ging het de man Gods vertellen, en deze zeide: Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en leef met uw zonen van het overige.

  1. Een weduwe (van man die leerling van een profeet was) heeft een schuld, er zit een schuldeiser achter haar aan.
    1. God heeft een bijzonder plekje in zijn hart voor weduwen, wezen, armen en minder bedeelden.
    2. Er zit een schuldeiser achter de vrouw aan. Deze wil de zonen van de vrouw verkopen, zij heeft dan helemaal niemand meer.
    3. Satan is aanklager, is er op uit om je te verdelgen (Johannes 10: 10a)
    4. Het is niet handig om aan mensen te komen die een bijzonder plekje hebben bij God.
  2. Zij vraagt om om raad, om hulp aan Elisa.
    1. Zij is wijs en gaat naar de persoon die in contact staat met God
    2. Zij verwacht van hem redding
    3. Door de nood is ze bereid om hulp te ontvangen
    4. Het is wijs om hulp te vragen, het is nog wijzer om hulp te ontvangen.
  3. Elisa vraagt wat ze wel heeft.
    1. Principe van denken uit overvloed ipv tekort
    2. Denken in mogelijkheden ipv onmogelijkheden
    3. Zij blijft verantwoordelijk.
    4. Zij heeft alleen nog een kruikje olie.
    5. Wat aanwezig is, wordt benut.
  4. Vervolgens krijgt ze de opdracht om dit te gebruiken.
    1. Ze ontvangt goede raad
    2. Deze goede raad houdt haar verantwoordelijk en actief
    3. Haar geloof wordt getest.
  5. Zij heeft daar anderen bij nodig, zij moet lenen.
    1. Zij leent watervaten
    2. En alle overige vaten waar wat in kan
    3. Zij spreekt al haar kennissen en buren aan, betrekt anderen bij het oplossen van het probleem
    4. Haar geloof wordt beproefd, zij heeft het zelf in de hand hoeveel olie zij krijgt en hoeveel overvloed ze heeft.
  6. Zij moet dit doen in geloof, achter gesloten deuren, intern.
    1. Zij wordt actief in het wonder betrokken, zij gaat gieten uit het kleine kruikje
    2. Zij blijft gieten, volhouden, doorgaan, volhardend en trouw.
    3. Zij doet dit zonder gestoord te worden, zij neemt er de tijd voor
    4. De dichte deur voorkomt dat afleiders en ontmoedigers, kritische mensen je aan het twijfelen brengen of doen stoppen.
  7. Daarna komt ze naar buiten en vertelt het Elisa.
    1. Zij getuigt wat God heeft gedaan
    2. Krijgt verdere instructies
    3. Wordt weer actief gemaakt.
  8. Zij gaat de olie verkopen.
    1. Zij voert de opdracht uit
    2. Zij gaat actief aan de slag
    3. Zij betaald haar schuld.

Lessen.

  1. God gebruikt wat er is, niet wat ontbreekt
  2. http://www.flvmp3.org/video/W5mbldTkruM/Inspiratie%20nodig?%20(Nick%20Vujicic).html
  3. God maakt je actief
  4. God test en geeft naar de mate van geloof(stappen)
  5. God laat je vaak met anderen verbinden, om een synergie te bereiken.
    1. Een huwelijk is meer dan 1 en 1 =2, het is drie, vier vijf, tien, twintig,honderd!
    2. Een vriendschap is ook meer dan 2
    3. Een ouder en kind zijn meer dan 2, als ze de talenten in elkaar naar boven halen.
    4. http://www.youtube.com/watch?v=wpe_ywWZiPg

Vragen:

Wat hebben anderen nodig dat jij kunt geven? Wie kun jij helpen?

Wat heb jij nodig dat anderen je kunnen geven? Wie kan jou helpen?

Wat heeft God je gegeven, dat jij kunt gebruiken? Hoe kun jij God 'helpen'?